Wat de cijfers zeggen over aanvaller Thom van Bergen
· Redactie FCG1971

Voetbal International noemde hem maandagochtend een uniek fenomeen in Nederland. Pieter Zwart en Jarno Verweij besteedden in hun nieuwe aflevering van VI ZSM een blok aan Thom van Bergen, en de kern van hun betoog is dat hij niet in het klassieke eredivisieprofiel past en toch cijfers neerzet die eruit springen. Dat is een prettige aanleiding om zelf eens naar die cijfers te kijken, want die staan gewoon op de site van de club.
Wat er in vijf wedstrijden staat
Van Bergen scoorde zondag de 1-1 tegen FC Twente met een stift over Lars Unnerstall, na een steekbal van David van der Werff. Het was zijn derde doelpunt van dit seizoen. Volgens zijn clubpagina staat hij na vijf speelronden op drie goals en twee assists, gemaakt in 450 minuten. Dat laatste getal is opvallender dan het lijkt: vijf wedstrijden van negentig minuten is precies 450, dus hij speelde tot nu toe elke minuut.
Deel je die twee getallen op elkaar, dan kom je uit op een doelpunt of assist per negentig minuten. Voor een aanvaller van 22 in een ploeg die negende staat is dat een hoog tempo. De vraag is natuurlijk of het houdbaar is, en daarvoor moet je verder terugkijken.
De vier seizoenen ervoor
De club houdt per seizoen bij hoeveel hij speelde en produceerde. Op een rij:
- 2022/2023: 12 wedstrijden, 359 minuten, geen doelpunten en geen assists
- 2023/2024: 36 wedstrijden, 2.452 minuten, 9 doelpunten en 6 assists (in de eerste divisie)
- 2024/2025: 34 wedstrijden, 2.485 minuten, 5 doelpunten en 1 assist
- 2025/2026: 35 wedstrijden, 3.009 minuten, 9 doelpunten en 4 assists
- 2026/2027: 5 wedstrijden, 450 minuten, 3 doelpunten en 2 assists
Bij elkaar zijn dat 122 wedstrijden, 26 doelpunten, 13 assists en 8.755 minuten. Dat komt neer op een doelpunt of assist per 224 minuten over zijn hele loopbaan. Vorig seizoen zat hij op een per 231 minuten, het seizoen daarvoor op een per 414. De lijn is dus niet vlak maar loopt op, met 2024/2025 als het jaar waarin het eventjes stokte.
Er zit ook een tweede lijn in die tabel: hij speelt elk jaar meer minuten. Van 359 naar bijna 2.500, dan naar ruim 3.000, en nu naar de volle honderd procent. Dat is niet niks voor een speler die vooropin loopt en dus elke wedstrijd tegen de grootste jongens van de tegenstander aanschuurt. Twaalf gele kaarten in vijf seizoenen en geen enkele rode past bij dat beeld: hij zoekt het duel wel, maar hij gaat er niet overheen.
In de aflevering van VI komt het blok over Van Bergen na ruim tweeeneenhalve minuut. Je hoort daar waarom de analisten hem lastig te plaatsen vinden binnen de eredivisie.
Waar die cijfers vandaan komen
Statistieken zeggen weinig zonder het spelbeeld erbij. Wat je bij Van Bergen ziet, is dat zijn doelpunten zelden uit een strafschopgebied vol chaos komen. De stift van zondag was er een uit een lopende aanval, en dat gold ook voor de goal in Den Haag waar we hier eerder een apart stuk over schreven. Hij komt in de bal, hij neemt hem in de loop mee en hij kiest voor een oplossing die veel spitsen niet eens overwegen.
Dat is ook waarom een deel van zijn productie niet in doelpunten zit maar in assists. Dertien over vijf seizoenen is voor een spits een net getal, en het is geen toeval: hij komt de bal halen op posities waar de tweede spits of de buitenspeler achter hem ruimte krijgt. Tegen Twente maakte hij de 1-1 zelf, maar in de aanloop naar de 2-1 van Tygo Land bewoog hij precies zo dat de centrale verdediging bleef staan.
Een spits die geen echte spits is
Het lastige aan Van Bergen is dat hij in geen enkel hokje past. Hij is geen targetman die de bal vasthoudt en niet de kleine, wendbare aanvaller die alleen achter de laatste man wil lopen. Hij staat op de teamfoto als aanvaller met rugnummer 26, maar in de opstelling van zondag stond hij tussen David van der Werff en Pelle Clement in, met Brynjolfur Willumsson als spits ervoor. Dat is de rol waarin hij de meeste ballen krijgt: net onder de voorste man, met ruimte om aan te sluiten.
Die positie verklaart ook waarom zijn cijfers zo raar ogen. Een echte spits die dertien assists in vijf seizoenen geeft is zeldzaam, een aanhangende aanvaller die 26 keer scoort ook. Van Bergen zit precies tussen die twee categorieen in, en dat is waarschijnlijk waar de analisten van VI op doelen als ze zeggen dat er in Nederland niemand is zoals hij.
Voor de club is dat een zegen en een risico tegelijk. Een zegen omdat je zo iemand op drie plekken in de voorhoede kwijt kunt en de tegenstander er nooit een vaste man op kan zetten. Een risico omdat clubs met meer geld precies naar zulke spelers op zoek zijn. Directeur Van Mosselveld praatte deze zomer al met hem over een nieuw contract terwijl hij de deur voor AZ dichthield, en dat gesprek is met deze cijfers niet makkelijker geworden.
Wat er nu op het spel staat
De ploeg heeft na vijf wedstrijden zeven punten en een doelsaldo van min een. Van Bergen is voorlopig degene die de andere kant van dat saldo vult. Toen AZ zich deze zomer meldde en bot ving, was dat voor de club een principekwestie; inmiddels is het ook gewoon een sportief argument. Zonder hem staat deze ploeg er heel anders voor.
Mijn verwachting is dat het tempo van een goal of assist per wedstrijd niet standhoudt. Dat lukt in de eredivisie vrijwel niemand een heel seizoen lang, zeker niet bij een ploeg die negende staat. Maar het bewijs dat hij op eigen kracht een wedstrijd kan kantelen is er nu drie seizoenen op rij, en dat is iets anders dan een goede maand. Wie zich afvraagt of dit een piek of een lijn is: kijk naar de minuten. Die getallen liegen niet.
Zaterdag in Deventer, tegen een Go Ahead Eagles dat ook op zeven punten staat, krijgt hij het volgende bewijsmoment. En dan telt weer alleen wat er op het scorebord komt.


