Groningse wetenschappers meten of een elleboog opzet was: wat de VAR ermee kan
· Redactie FCG1971

Elke supporter kent het gesprek. Er valt een elleboog in een kopduel, de scheidsrechter gaat naar het schermpje, en vanaf dat moment praat het hele stadion over hetzelfde woord. Opzet. De een ziet een uithaal, de ander ziet een arm die nu eenmaal meegaat als je springt, en niemand kan het bewijzen. Twee bewegingswetenschappers uit Stad denken dat het wel kan.
Bert Otten en Mickey Wiedemeijer ontwikkelden een model dat van een duel uitrekent of een elleboog er met bedoeling in ging. RTV Noord beschreef hun werkwijze afgelopen weekend in een reportage van Stefan Bleeker, met de computer van Otten in de hoofdrol. Dat is het soort onderzoek waar je als supporter iets aan hebt, want het raakt precies de discussie die je zelf elke week voert.
Hoe het model werkt
De basis is een driedimensionale reconstructie. Otten en Wiedemeijer verzamelen alle camerabeelden van het moment en bouwen de situatie na op de computer, met poppetjes die exact op de posities van de echte spelers worden gezet. Zo weten ze niet alleen wat je op één camera ziet, maar wat er ruimtelijk gebeurde, dus ook wat er gebeurde buiten het beeld van die ene camera.
Daarna komt de vraag die het model bijzonder maakt. Wiedemeijer formuleert hem in de reportage als de vraag wat er zou zijn gebeurd als de geraakte speler er niet had gestaan. Beweegt de arm dan precies hetzelfde, dan hoort die beweging bij het springen en niet bij de tegenstander. Wijkt de arm af, dan is er iets anders aan de hand.
Daar zit de biomechanica van het koppen onder. Wie hoog wil springen, brengt zijn armen omhoog, en om het hoofd daarna naar de bal te brengen moeten diezelfde armen omlaag en opzij. Dat is geen agressie, dat is de enige manier waarop een mens hoog kan koppen. Staat er toevallig iemand in de baan van die arm, dan gaat die tegen de hals, zonder dat er ook maar iets in het hoofd van de springer is gebeurd. Otten legt het in de reportage zo uit, en het is precies de nuance die aan de televisietafel altijd wegvalt.
Het geval Sadílek
Het model is geen theorie gebleven. In 2023 huurde FC Twente de twee in na de rode kaart van Michal Sadílek tegen FC Utrecht. De middenvelder raakte de hals van zijn tegenstander en maakte daarbij een rotatie, waardoor het er op beeld uitzag als een bewuste elleboog.
De 3d-analyse wees iets anders uit. Beide spelers gingen met ongeveer dezelfde snelheid naar de bal, ze zijn bijna even lang en ze sprongen even hoog. En de armbeweging van Sadílek was aan beide kanten hetzelfde. “De beweging van hem was namelijk helemaal symmetrisch”, zegt Otten daarover, en dat is volgens hem het onderscheid, want een speler die echt uithaalt doet dat naar één kant.
De aanklager wilde drie wedstrijden schorsing. Het werd er één. Dat is geen klein verschil voor een club die midden in een reeks zit.
Wat de VAR er wel en niet mee kan
Hier moet ik eerlijk zijn over wat er in de reportage staat en wat niet. Over de VAR zeggen Otten en Wiedemeijer niets. Zij werken na afloop, in opdracht van een club, voor de tuchtzaak. En dat is ook de enige plek waar dit model op dit moment past.
Een 3d-reconstructie uit alle camerastandpunten kost uren rekentijd op een watergekoelde computer in een woonkamer. De VAR heeft drie minuten en een paar herhalingen. Wie hoopt dat een scheidsrechter straks tijdens de wedstrijd een opzetpercentage in zijn oortje krijgt, hoopt op iets wat er voorlopig niet komt. Wat wel kan, is dat de tuchtcommissie steeds vaker een onderbouwd verhaal op tafel krijgt in plaats van twee meningen over hetzelfde beeld. En op termijn kan een reeks van dit soort analyses de richtlijn scherper maken, zodat de VAR met een beter criterium naar het scherm loopt dan het gevoel van dat moment.
Dat lijkt me winst. We hebben hier eerder gezien hoe hard een regel kan uitpakken als niemand precies weet hoe hij bedoeld is, zowel bij de discussie over de gelijkmaker tegen FC Twente als bij de nieuwe blessureregel die ons een minuut met tien man kostte. In beide gevallen ging het niet over de beslissing zelf maar over het ontbreken van een maatstaf.
En FC Groningen
Het aardigste zinnetje uit de reportage staat helemaal aan het eind. Otten en Wiedemeijer hebben inmiddels verschillende clubs geholpen om een strafmaat naar beneden te krijgen, en FC Groningen heeft zich nog niet bij ze gemeld. Twee wetenschappers uit de eigen stad, een methode die bij FC Twente een schorsing van drie naar één wedstrijd bracht, en de club aan de andere kant van de Ring die er nog nooit heeft aangebeld.
Dat hoeft niets te betekenen, want je meldt je pas als je een zaak hebt. Maar mocht er dit seizoen een rode kaart vallen in een kopduel, dan weet iedereen op Corpus den Hoorn nu waar het telefoonnummer ligt.

