Naar inhoud
18 clubs. Eén passie.
Fcg1971Groen-wit. Stad en Ommeland.

Voor altijd onze club.
Onafhankelijk supportersmagazine

FC Groningen nieuws

Nijland geniet, maar waarschuwt: wat als de tegengoals blijven komen

· Redactie FCG1971

Verdedigers in een duel voor het doel tijdens een competitiewedstrijd
Foto: Jannes Glas via Unsplash

Het is een merkwaardige combinatie die deze week boven FC Groningen hangt: iedereen heeft genoten, en iedereen maakt zich zorgen. Hans Nijland vatte dat in de podcast Radio Milko van het Dagblad van het Noorden aardig samen. Hij zat op het puntje van zijn stoel, zegt hij, en stelde in dezelfde uitzending de vraag die de rest van het seizoen bepaalt: wat als die tegendoelpunten blijven komen.

Wat er in Radio Milko werd gezegd

In de aflevering “Een heerlijke middag in Euroborg, maar wat als die tegengoals blijven komen” noemt Nijland het duel met FC Twente een wedstrijd van de eerste tot de laatste minuut, met kansen, tempo en twee ploegen die vol voor de winst gingen. Precies het soort middag waarvoor mensen naar het stadion komen.

Daarna gaat het gesprek naar de andere kant. FC Groningen kreeg opnieuw twee doelpunten tegen en staat na vijf wedstrijden op twaalf tegentreffers. Alleen ploegen onderin de Eredivisie doen het op dat punt slechter. De deelnemers aan de podcast zoeken de verklaring in de samenstelling: de verdediging ziet er totaal anders uit dan vorig seizoen en moet nog op elkaar ingespeeld raken. Tegelijk was er lof voor rechtsback Jorg Schreuders, die tegen Twente tot man van de wedstrijd werd uitgeroepen.

Twaalf in vijf: hoe erg is dat werkelijk

Even het rekenwerk, want daar wordt het ongemakkelijk. Vorig seizoen kreeg FC Groningen er in de hele competitie 45 tegen. Na vijf duels staat de teller al op twaalf, ruim een kwart daarvan, in nog geen zesde deel van het seizoen. Trek je die lijn door, dan kom je uit boven de zestig. Dat is het gebied waar je punten verliest die je aanvallend niet meer terugverdient.

De verdeling helpt ook niet. Er zit een uitschieter bij, de 5-1 in Eindhoven, en dat is het soort middag dat elk gemiddelde vertekent. Maar het probleem is juist dat het daar niet bij bleef: ook tegen Twente gingen er weer twee in, thuis, tegen een ploeg die op dat moment drie duels in acht dagen in de benen had. Twee tegendoelpunten per wedstrijd is geen incident meer, dat is een gewoonte.

Waar het volgens mij vandaan komt

De verklaring uit de podcast, een nieuwe achterhoede die tijd nodig heeft, is waar maar niet compleet. Er zit een tweede laag onder, en die hebben we hier eerder benoemd: de bezetting is niet alleen nieuw, hij is ook dun. Na de deadline hield Dick Lukkien achterin weinig echte alternatieven over. Dat betekent dat inspelen op elkaar niet met wisselen kan worden versneld, want er is nauwelijks iemand om mee te wisselen.

Daar komt de speelwijze bij. Deze ploeg zet hoog druk en dat levert doelpunten op, ook zondag weer. Maar wie met de linie ver naar voren staat, geeft ruimte weg in de rug van de verdediging. Zolang de druk klopt, zie je daar niets van. Zodra één speler een pas te laat is, sta je er met te weinig mensen voor. Dat is geen individuele fout, dat is de rekening van een keuze.

En dat maakt de vraag van Nijland ook zo scherp. Je kunt de tegengoals niet losknippen van het aantrekkelijke voetbal, want ze komen deels uit dezelfde bron.

Wat Lukkien eraan kan veranderen

Drie knoppen liggen realistisch binnen bereik, en geen ervan is gratis.

  • De linie iets laten zakken bij balverlies. Kost druk vooruit, levert tijd op om terug te komen. De meest voor de hand liggende ingreep, en de minst spectaculaire.
  • Vaste koppels laten staan. Elkaar leren aanvoelen kost wedstrijden, niet trainingen. Dat vraagt geduld op momenten dat een wissel verleidelijk is.
  • De bescherming ervoor beter organiseren. Niet de verdedigers maar de middenvelder ervoor bepaalt vaak hoeveel er doorkomt.

Het goede nieuws is dat de rest wel loopt. Deze ploeg maakt doelpunten, creëert kansen en levert wedstrijden op waar je met plezier naar kijkt. Dat was vorig seizoen anders. De vraag is alleen of dat genoeg is, en daar geeft Nijland eigenlijk zelf het antwoord op: genieten kan altijd, maar punten sprokkel je aan de andere kant van het veld.

Zondag volgt de volgende test. Als de teller na zes wedstrijden op veertien staat, is het geen aanloopprobleem meer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *