Rapport na Deventer: één uitblinker en een ploeg die het geluk nodig had
· Redactie FCG1971

Na een wedstrijd waarin de tegenstander 24 keer op je doel schiet, is een rapport een vreemd ding. Je kunt bijna niemand een hoog cijfer geven, en toch is er een punt. Net als vorige week na FC Twente leg ik hieronder de cijfers van Voetbal International, die de fansite FCGFans zondag op een rij zette, naast mijn eigen oordeel. Het zijn meningen, geen metingen, en dit keer wijken ze op een paar plekken flink af.
Wat VI uitdeelde
Volgens de cijfers van Voetbal International was Brynjolfur Willumsson met een 7 de beste Groninger, en kreeg Thom van Bergen als enige een onvoldoende: een 5, omdat hij weinig in het spel voorkwam. Etienne Vaessen kreeg een 6,5, net als Tygo Land. De rest van de basis zat op een 6, met Wouter Prins op 5,5. Aan de andere kant was Søren Tengstedt met een 7,5 de uitblinker van de avond, en kreeg Stefan Sigurdarson een 4 voor de kans die hij in minuut 89 voor een leeg doel naast schoof.
Dat rijtje zegt vooral iets over de wedstrijd: een ploeg met tien zessen en één zeven is een ploeg die heeft overleefd. En over het verschil met een week eerder: toen kreeg Jorg Schreuders een 7,5 en Willumsson een 5,5. Nu is het omgekeerd.
De twee die het punt hebben gemaakt
Etienne Vaessen, 7,5. Ja, hij leverde in de opbouw opnieuw een bal in en dwong zichzelf zo tot een redding. Maar wie de reddingen op Tengstedt, Sigurdarson en Edvardsen wegdenkt, praat vandaag over een ruime nederlaag. Hij telde zelf vijf of zes reddingen, waarvan twee die hij moest pakken; de andere drie of vier waren van het soort dat je niet van elke keeper in de eredivisie krijgt. Dat VI hem op een 6,5 zet, snap ik alleen als je de risico’s zwaarder weegt dan de opbrengst. Ik doe dat niet, en waarom niet staat apart uitgelegd.
Brynjolfur Willumsson, 7. Eén echte kans, één doelpunt, en wat voor een: net buiten de zestien, hard en zuiver in de hoek, na de enige aanval over meerdere schijven die de FC in de hele wedstrijd afmaakte. Verder was hij vooral bezig met het vasthouden van ballen die niet bleven hangen, en dat was tegen deze tegenstander geen schande. Zijn vierde competitiegoal in zes duels.
De middenmoot
Thijmen Blokzijl en Márk Csinger, allebei een 6,5. De pass van Blokzijl door de as was het begin van de 0-1, en Csinger haalde na rust met een sliding een voorzet weg die anders een goal was geworden. Beiden stonden een avond lang één tegen één, zonder dekking van een middenveld dat terugzakte, en overleefden dat beter dan je zou verwachten.
Pelle Clement, 6. De aangever bij de 0-1 en de enige die voor rust af en toe het tempo uit de wedstrijd haalde. Na rust verdween hij, net als de hele ploeg. Tygo Land, 6. Hij probeerde het nog het langst, maar Zweverink zei het maandag op Radio Noord treffend: de middenvelders denken vooruit en zijn minder goed in het omschakelen bij balverlies. Dat gold ook voor David van der Werff, een 5,5, die na ruim een uur naar de kant ging.
Jorg Schreuders en Wouter Prins, 5,5. Schreuders kwam een week na zijn beste wedstrijd van het seizoen niet in de buurt van dat niveau, en Prins werd bij zijn 75ste wedstrijd voor de club geplaagd door Tengstedt, die steeds naar binnen trok en hem mee de as in nam. Dat hij twintig minuten voor tijd naar de kant ging voor de teruggekeerde Marco Rente was een logische keuze, en ook een die je op deze plek de komende weken vaker gaat zien.
Waar het misging
Thom van Bergen, 5. Eens met VI. Hij was betrokken bij de 0-1, maar dat was het dan ook. Tegen een ploeg die zo hoog druk zette, had hij de speler moeten zijn die de bal vasthield en de ploeg omhoog bracht. In plaats daarvan werd hij een aanvaller die de wedstrijd langs zich heen zag gaan, drie dagen voordat Xavi zijn eerste Oranje-selectie bekendmaakt. Dat is geen ramp, maar het is wel de eerste wedstrijd dit seizoen waarin hij onzichtbaar was.
Tika de Jonge, 5,5. Zweverink zei het ook: De Jonge is de enige op het middenveld die het omschakelen wel goed kan, en die zag je zoeken. Bij een ploeg die na rust niet meer voetbalde, is de controleur de eerste die daarvoor betaalt. De invallers, Jacob Ondrejka, Marco Rente, Nils Eggens en Oskar Zawada, krijgen geen cijfer; ze kwamen binnen in een fase waarin de ploeg alleen nog tegenhield, en aan tegenhouden hebben ze meegedaan.
Het cijfer voor de ploeg
Een 5. Dat is lager dan de 6,5 van vorige week, en dat klopt ook. Tegen Twente werd twee keer een achterstand weggepoetst met goed voetbal; in Deventer werd een voorsprong weggegeven door te stoppen met voetballen, zoals Lukkien het zelf bij ESPN zei. Een trainer die zijn ploeg kinderlijk verdedigend noemt en toespreekt over een gestolen punt, heeft gelijk. Dat het punt er toch is, is de verdienste van één man, en een ploeg die dat nodig heeft om de nummer acht bij te blijven, heeft werk te doen.
Vrijdag komt PEC Zwolle, zestiende met vier punten en zondag met 0-7 onderuit tegen Feyenoord. Dan wil ik één ding zien: een ploeg die na rust doorgaat met wat ze voor rust deed. Voor cijfers is dat de makkelijkste manier om ze omhoog te krijgen.


